verhaal
Verlangen
Een 60 jarige vrouw die op vakantie komt in Nederland samen met haar man. Wordt plotseling overvallen door een verlamd lichaam. Zij zal nu in Nederland moeten blijven. Ze heeft nooit afscheid kunnen nemen van haar familie en vrienden in Suriname.
In 1989 kwam ik samen met mijn man op vakantie naar Nederland. Ik woonde namelijk in Suriname, daar ben ik ook geboren. Wij spaarden ons geld om zo een keer in de 4/5 jaar op vakantie te kunnen komen naar Nederland. Wij hebben 12 kinderen waarvan er 8 in Nederland wonen. Omdat we tussendoor alleen telefonisch contact hebben, proberen we als we dan naar Nederland komen wel zo’n twee maanden te blijven.
Tijdens onze vakantie in 1989 logeerden wij bij mijn dochter in Breda. Er is een dag mij heel erg bijgebleven. Het was donderdagavond, ik voelde mij niet zo lekker. Dus ik lag al de hele dag op bed. Ik had geen gevoel meer in mijn benen en begon mij toch een beetje zorgen te maken. Maar omdat ik zelf niet zo’n prater ben, was ik maar op bed gaan liggen. Tegen de avond riep ik mijn man, ik vertelde hem dat ik echt helemaal niets meer voelde in mijn benen. Hij riep mijn dochter erbij en haar man heeft toen naar de huisarts gebeld. Omdat ik geen paniek wilde zaaien heb ik mij rustig gehouden en afgewacht tot de arts kwam. Die kwam nog diezelfde avond. Hij verwees mij direct door naar het ziekenhuis.
Ik werd een beetje angstig, vooral omdat ik in een ander land ben, ik weet niet precies hoe het er hier allemaal aan toe gaat. Meestel regelt mijn man dat soort dingen. Maar die liet het nu ook merendeel aan mijn dochter over. Eenmaal in het ziekenhuis aangekomen, hadden ze de volgende dag foto’s gemaakt. Intussen hadden wij de rest van de familie ingelicht, dat ik in het ziekenhuis lag. Die waren toen meteen gekomen. Het duurde twee dagen voordat ze de uitslag hadden. Intussen was ik erg nerveus, ik probeerde mij voor te stellen hoe het zou zijn als ik niet meer kon lopen en hoe nu verder moest. Ik werd hier erg verdrietig van. Zeker omdat we op vakantie waren.
Toen kreeg ik de uitslag, ik had een dwarslaesie. Ik wist niet precies wat dat inhield. Een van mijn dochters werkt als een zuster in een ziekenhuis en die legde het mij nog eens uit. Omdat de artsen voor mij namelijk op een snelle toon Nederlands praten, kan ik hun niet zo goed volgen. Mijn dochter legde het in het Surinaams uit.
Nu zijn we inmiddels 17 jaar verder en woon ik in Breda. Ik ben sinds ik een dwarslaesie heb in Nederland gebleven. Mijn kinderen hebben voor mijn man en mij een aanleuningwoning geregeld. In het begin was ik heel erg verdrietig. Mijn man en ik moesten alles achterlaten in Suriname. We hebben nooit van iedereen afscheid kunnen nemen. Dat vond ik echt heel erg. Nederland is zo’n ander land. Ik kon maar niet wennen aan de kou hier. Als het buiten 22 graden is heb ik het nog steeds koud en trek ik een trui aan, terwijl buiten als ik naar mijn kleinkinderen kijk zij met t-shirtjes rondlopen. Ik moest heel erg wennen aan dat we nu echt leefden tussen de muren. Je gaat alleen naar buiten voor de boodschappen. En omdat ik in een rolstoel zit is het erg moeilijk om me te verplaatsen. Als ik ergens heen wil moet het altijd gepland worden, terwijl als je in Suriname ergens naar toe wil dan ga je gewoon. Mijn kinderen zijn ook erg met hun eigen leven bezig en hun kinderen. Allemaal zeer begrijpelijk. Ze werken allemaal en hebben hun eigen gezin. In Suriname is dat heel anders. We wonen ten eerste met drie kinderen van ons en hun gezinnen op een kamp. Wij noemen dat een kamp omdat wij van Indiaanse afkomst zijn. De grond waar wij woonden is in bezit van ons. Op dat stuk grond staan drie woningen. Deze worden verbonden door de afdak die mijn man heeft gebouwd. We leefden dus met zijn allen, als we gingen eten, werd er gekookt voor alle drie de gezinnen en ons. We wisten alles van elkaar. Hier is het toch allemaal wat afstandelijker.
Je problemen in het gezin bewaar je ook alleen voor je gezin. Iedereen is druk bezig met werken en als je bij elkaar lang wil komen dan maak je eerst een afspraak. Ik vind Nederland een saai land. Het is koud, ik voel me opgesloten en heb niet veel contacten buiten mijn kinderen. Mijn kinderen komen wel regelmatig langs en vaak blijven ze ook slapen. Al is dat de laatste jaren minder geworden. Maar dat komt ook door mijn kleinkinderen, die zijn natuurlijk ook ouder geworden en willen niet vaak meer bij hun oma slapen. Met mijn kleinkinderen heb ik niet veel contact. Behalve mijn kleinkinderen die ook in Breda wonen, die blijven nog wel regelmatig logeren. Dat vind ik erg gezellig. Mijn zoon die woont sinds twee jaar weer bij ons. Hij is gescheiden en is op zoek naar een huis, maar wil aan de ene kant ook weer terug naar Suriname.
Mijn man en ik hebben ook plannen om weer voorgoed terug te keren naar Suriname. We willen toch onze laatste jaren daar doorbrengen. Het leven is daar veel relaxter. Ik ben wel twee keer nog op vakantie geweest. En ik weet niet hoe het komt, maar ik voel me daar fijn. Ik heb minder pijn geniet van elke dag. Mijn man doet klusjes op het land. Hij is al 91 jaar en als hij daar is werkt hij als een jongeman van twintig. Ook heb ik meer contact met de mensen. In ieder geval zie ik mijn kinderen en kleinkinderen iedere dag. En zo af en toe komen er andere familieleden bij ons op bezoek. Alles gaat hier ook veel spontaner, geen geregel dit of geregel zo. Het loopt zo als de dag loopt. Mijn man en ik besloten twee jaar geleden dat we definitief terug wilden keren naar Suriname. We hadden aan onze zoon gevraagd of hij alles wilden regelen. Hij gaat namelijk ook weer voorgoed terug naar Suriname.
Helaas is mijn man vorig jaar op 92 jarige leeftijd overleden. Ik raakte hierdoor erg in de war. Er kwamen allerlei vragen in mij naar boven, ga ik wel terug naar Suriname, moet hij begraven worden in Suriname. Hoe nu verder, alleen. Mijn man deed praktisch alles. Hij was ook de het hoofd van onze familie. Als er problemen waren dan riep hij al zijn kinderen bij zich om dit met zijn allen te bespreken. Mijn kinderen en kleinkinderen keken ook erg tegen hem op. Na zijn dood voelde ik me erg eenzaam. Hoewel ik wel veel bezoek krijg, is het toch anders zo zonder mijn man. Mijn man is uiteindelijk wel begraven in Nederland, maar dit kwam meer omdat de vervoerskosten veel te hoog lagen. Een van mijn kinderen gaat een grafsteen maken. Ik vond het erg mooi dat iedereen van de familie iets had gedaan om hun laatste eerbetoon te tonen aan hun vader en opa. Dit gaf mij enorme kracht tijdens deze periode.
Op dit moment ben ik aan het twijfelen of ik nog wel voorgoed naar Suriname zal gaan. Mijn kinderen vinden dat ik hier moet blijven om de zorg en mijn huis. Ik heb het gevoel dat als ik naar Suriname zou gaan ik mijn man in de steek laat omdat hij hier nog ligt begraven. Ik ga in ieder geval in juli op vakantie. Dan heb ik de tijd om erover na te denken wat ik nu echt wil. Voordat ik op vakantie ga, geef ik een feestje. Dit wil ik doen zodat ik al mijn kinderen, klein-en achterkleinkinderen nog kan zien. En ook omdat we dan weer met zijn allen zijn.
Voeg een reactie toe