Gezelligheid kent geen tijd

Onder het genot van een kopje thee en een ouderwets biscuittje, zoals ik die altijd bij mijn oma krijg, ben ik er helemaal klaar voor. Ik zit op de al 30 jaar oude, bebloemde bank en voel me zoals altijd helemaal thuis in het gezellige kamertje van mijn oma. Altijd als ik bij mijn oma op bezoek ben, gaat het gesprek over mij. Hoe gaat het met me op school, werk ik nog altijd in dat ene café en heb ik nog steeds geen vriendje? Deze keer zijn de rollen omgedraaid. Vandaag wil ik alles van mijn oma weten...

oma!

“Mijn naam is Catherina Sophia Neijman. Ik ben 86 jaar geleden op 23 september 1920 geboren in Amsterdam Noord. Ik heb de lagere school gedaan en daarna, toen ik twaalf was, heb ik een jaar op de middelbare school "Sint Rosa" gezeten. Ik kreeg hier les van zusters. Na dit jaar ben ik naar de huishoudschool in Amsterdam gegaan en deze heb ik ook afgemaakt. Mijn ouders hadden een winkel in Amsterdam. Een wijnhandel & bierbottelerij. Toen ik klaar was met de huishoudschool ben ik niet gelijk gaan werken. Ik ben mijn ouders gaan helpen in de winkel en ook thuis deed ik altijd veel in het huishouden. Omdat mijn ouders veel in de winkel werkten, deed ik dus wat extra werk in huis. Ik had drie oudere broers en een oudere zus. Zij zijn inmiddels allemaal overleden. Toen ik een tijdje bij mijn ouders in de winkel had gewerkt, wilde ik iets anders. Ik ben gaan werken in een winkel genaamd "Gerzon". Hier werkte ik op de lingerieafdeling. Ik verdiende maar f1,50 per dag dus ik zocht al snel wat anders. Uiteindelijk, na een aantal baantjes gehad te hebben, ben ik terecht gekomen bij een kledingatelier op de Herengracht. Hier was ik modelnaaister. Ik woonde nog steeds bij mijn ouders in Amsterdam.

Vlak na de oorlog ging mijn broer Antoon naar Venlo om daar woningen te bouwen. Na een tijdje werd Antoon ziek. Hij had een gaatje in zijn longen. Hij kwam weer terug naar Amsterdam en woonde weer bij mijn ouders en mij. Elke zaterdag kwam er een collega van mijn broer langs om zijn loon te brengen. Ik vond de man, genaamd Willem, maar vervelend. Hij lachte veel en ik noemde hem dan ook ‘Janus Giechel’. Na een paar weken had ik een gesprek met mijn broer Antoon en hij vertelde me dat Willem mij wel zag zitten. In eerste instantie moest ik er niks van hebben. Ik vond het maar een rare snuiter. Totdat ik op een avond naar Tuschinski zou gaan met een vriendinnetje maar zij werd plots ziek en kon niet meer mee. Natuurlijk was Willem die avond weer bij ons, het was immers zaterdagavond. Willem vroeg mij of ik dan met hem uit wilde gaan en dat heb ik toen maar gedaan. Sinds die avond hadden we verkering. Vier maanden erna, op 17 juli 1948 waren we getrouwd. We gingen weg uit Amsterdam en samenwonen in Huizen.

In 1954 werd Ton geboren. Jouw vader, mijn zoon. We waren dolgelukkig. We hebben heel veel jaren heerlijk met zijn drietjes geleefd. Jouw vader ontmoette jouw moeder en ze gingen samenwonen in Amsterdam. In 1980 ging het niet goed met Willem. Hij had last van allerlei kwalen. Hij had suikerziekte, een hoog cholesterol en een zwak hart. Hij heeft in die tijd zelfs twee keer een hartinfarct gehad. In 1986 is Willem gestorven aan maag- en slokdarmkanker. Jij was toen net een paar weken oud en gelukkig heeft hij jou nog in zijn armen gehad. Daar ben ik heel dankbaar om. Het was natuurlijk een hele moeilijke tijd maar omdat jij elke zaterdag bij mij in Huizen kwam, heeft me dat echt geholpen. Toen een jaar later jouw broertje geboren werd, heeft me dat ook heel veel goed gedaan.

Tot 1990 ben ik blijven wonen in het zelfde huis in Huizen. Toen ben ik naar een flat verhuist. Nog steeds in Huizen maar wel met winkels en andere voorzieningen dichterbij. Ik heb hier met veel plezier gewoond maar in 2004 ben ik door mijn reuma naar een verzorgingstehuis, genaamd “De Marke” gegaan. “De Marke” is een wooncentrum maar eigenlijk worden alle mensen die hier wonen, verzorgd. Zo ook ik. Door mijn reuma moet ik speciale kousen aan. Dit kan ik niet zelf dus elke ochtend is er een verpleegster die dit bij mij doet. Ook ’s avonds worden de kousen weer uitgedaan. Verder hoef ik hier niet te koken en worden er verschillende activiteiten verzorgd. Hier ben ik niet vaak bij omdat ik nog mijn eigen dingen doe. Ik ga een keer in de week naar “De Soos”. Dit is een centrum waar veel ouderen bijeen komen. Ik kom hier al 23 jaar en bingo er elke woensdag. Elke dinsdag ben ik te vinden in verzorgingstehuis “De Rustmaat”. Hier klaverjas ik met mijn vriendinnen.

Ik kijk erg positief naar de toekomst. Ookal ben ik oud, ik wil nog lang niet dood. Ik heb nog veel plezier in het leven en ben ontzettend blij met mijn kinderen en kleinkinderen. Verder knutsel ik zo af en toe nog. Ik maak graag kaarten. Ondanks mijn reuma gaat dit nog redelijk goed en heb ik daar veel plezier in. Mijn droom is dat ik nog een keer overgroot oma wordt. Dus lieve Suus, zoek maar snel een leuke vriend!”

Na een gezellige maar lange ochtend zijn mijn oma en ik eindelijk uitgekletst. Ze heeft nog zo veel te vertellen maar ik moet weer naar school. Ik ben dingen te weten gekomen die ik nog helemaal niet wist. Het was fijn om een keer met zijn tweetjes te zijn geweest en we hebben inmiddels al weer een nieuwe afspraak gemaakt om snel weer verder te kletsen!

Geen reacties

Laat een reactie achter