Stil verdriet

Een aangrijpend verhaal van een vrouw die op jonge leeftijd haar moeder is verloren. Het verlies van een ouder is altijd zwaar. Ook voor deze 50 jarige vrouw is het een donkere periode. Geschreven in de ik-vorm.

Naamloos document (4).jpg

Toen ik vier jaar oud was woonde ik met mijn ouders in een welgestelde buurt. Voor buitenstaanders leek ons gezin perfect. Alles was mooi en geweldig. Echter was het tegendeel waar. Mijn moeder werd mishandeld door mijn vader. Nadat mijn vader mijn moeder met een volle vuistslag, in haar gezicht, van de trap sloeg en zij gewond onderaan de trap lag was dit het einde van hun huwelijk. Ik bleef bij mijn moeder wonen. Het contact met mijn vader was beperkt tot verjaardagen en feestdagen, verder toonde hij geen interesse. Daar heb ik geen moeite mee gehad omdat mijn vader altijd al zijn eigen leven leidde. Inmiddels waren wij verhuisd en had ik veel nieuwe vriendjes gemaakt. Ik was een tevreden en gelukkig kind en de band met mijn moeder werd hechter.

 

Op 29 jarige leeftijd werd mijn moeder opgenomen in het ziekenhuis. Waar eerst werd gedacht aan spierpijn bleek het toch ernstiger te zijn. Mijn moeder verbleef een half jaar in het ziekenhuis voor onderzoeken en behandelingen. Ik werd opgevangen door mijn oom en tante. Een paar jaar daarvoor waren wij nog buren van elkaar. En de band met hun oudste dochter (die één jaar ouder is) was heel erg sterk. Ook de buurt was voor mij bekend en kon ik weer spelen met vriendjes van toen. Ondanks de liefdevolle verzorging miste ik mijn moeder want een half jaar is erg lang.

 

Op 30 jarige leeftijd kreeg mijn moeder te horen dat zij ernstig ziek was, ik was toen 8 jaar oud. De ziekte van Kahler (beenmergkanker) was gediagnosticeerd en de artsen vertelde haar dat zij nog ongeveer een half jaar te leven had. De ziekenhuisopnames en thuis wisselden elkaar af. Door een oom en tante een huis gekocht bij ons in de straat zodat mijn moeder en ik opgevangen konden worden. De familie had besloten (ook voor mijn moeder) om niets over de terminale ziekte aan mij te vertellen en ook werd ik steeds vaker bij mijn moeder weggehouden. Als zij in het ziekenhuis lag mocht ik haar niet meer bezoeken. Dit alles was bedacht dat als ik mijn moeder niet meer zo vaak zou zien dat ik minder verdriet zou hebben als zij dood zou zijn. Maar het tegendeel was waar, wij waren zo verdrietig. En wij misten elkaar zo erg. Mijn moeder heeft gesmeekt om meer contact en ik deed hetzelfde zonder resultaat.

 

Ik weet nog dat ik op een dag van school ben weggelopen en mij verstopt had in de ambulance (onder goedkeuring van de ambulancebroeder). Ik wist namelijk dat de ambulance mijn moeder kwam ophalen voor een ziekenhuisopname. Dat gezicht van mijn moeder toen zij de ambulance werd ingereden. Die lach… onvergetelijk!

 

‘Die lach… onvergetelijk!’

 

Er gingen drie jaren voorbij ondanks de slechte prognose van een half jaar, maar nu had de kanker gewonnen. De artsen konden niets meer doen en mijn moeder is met de ambulance naar huis gebracht om te sterven.Ik had gehoord dat mijn moeder thuis was (van het sterven wist ik niets), maar ik wilde naar haar toe maar het mocht niet. Weer liep ik weg van school om mijn moeder te zien. De thuishulp opende de deur en in de woonkamer stond een bed. Mijn moeder was suf van de morfine. Wij waren zo blij om elkaar te zien. Wij hielden elkaar vast en huilden. Toen kwam mijn tante de kamer binnengelopen en heeft mij bij mijn moeder weggerukt. Dat was de laatste keer dat ik haar gezien heb. Twee weken later overleed ze op 34 jarige leeftijd.

 

Op een zondagochtend werd ik opgehaald en in de auto werd verteld dat mijn moeder was overleden. Eerst heb ik keihard geschreeuwd: ‘Nee nee nee!!!’ Ik was 11 jaar oud, mijn moeder was dood, het huis werd leeggehaald, de hond werd aan iemand gegeven. Ik ging bij een tante en oom wonen. Nooit meer een thuis. Ik was verdoofd: in een soort shock. Op school deed ik niets meer, in schriften schreef ik “ik mis je mama”. Het was ook geen verrassing dat ik dat jaar moest overdoen. Veel weet ik ook niet meer uit deze periode. Alleen flarden.

 

De jaren daarna is er ook nooit meer over mijn moeder gesproken onder het mom het dan doet het geen pijn. Maar ik had er juist veel behoefte aan. En het graf mocht ik niet bezoeken.  

 

Dan zou ik misschien overstuur raken. Dit was voor mij de moeilijkste en pijnlijkste periode in mijn leven. Al had ik zoveel mensen om mij heen ik was eenzaam in mijn verdriet. Nu ik zelf moeder ben is het voor mij ondraaglijk dat mijn moeder geen afscheid heeft kunnen nemen van haar kind. Dit had nooit mogen gebeuren. Gelukkig zijn de tijden veranderd en kan en mag iedereen rouwen.

 

‘Dikke knipoog naar de hemel’ 

 

Op 15 jarige leeftijd heb ik contact gezocht met mijn vader. Hij was veranderd in positieve zin. Wij hebben urenlang gesprekken gevoerd, voornamelijk over mijn moeder en samen bezochten wij ook haar graf. Het was fijn om met iemand te kunnen praten, huilen maar ook lachen. Dat voelde zo goed dat ik bij mijn vader (en zijn vrouw) was gaan wonen. Ik denk dat ik en mijn vader samen veel verwerkt hebben door te praten en samen te zijn. De echte verwerking begon pas toen ik volwassen was. Mijn vrienden zijn altijd heel erg belangrijk voor mij geweest maar in deze periode hebben zij hierin een grote rol gespeeld. Familie en vrienden zijn mij heel erg dierbaar en zijn voor mij erg belangrijk. Het contact met mijn oom en tante is nog steeds goed. Soms heb ik moeite met wat er in het verleden is gebeurd. De tijd kan niet worden teruggedraaid.

 

Nadat ik mijn studie heb afgerond leerde ik mijn man kennen. Ik heb veel steun van hem gekregen. Wij zijn in een dorp gaan wonen. Daar is iedereen heel erg hecht met elkaar. Ook familie en vrienden wonen in de buurt. Dat is heel erg fijn en gezellig. Inmiddels hebben wij prachtige kinderen waar wij heel erg trots op zijn. Ons gezin is warm en hecht. Wij bespreken alles met elkaar. Mijn man en ik vinden het heel erg belangrijk dat wij allemaal onze gevoelens kunnen uiten. Het gemis van mijn moeder blijft. Sterker nog, hoe ouder ik word des te groter het gemis. Of ik nu geslaagd ben, mijn eerste huis, zwangerschap en de geboorte van mijn kinderen, een verjaardag of gewoon zomaar een leuke dag, een fantastisch recept, een goede grap, zij had erbij moeten zijn.

 

Mijn moeder kon heel erg goed koken, de recepten die nog bewaard zijn gebleven maak ik ook voor mijn gezin. Het zijn gerechten met een verhaal geworden. Zo blijft zij ook nu nog steeds bij ons horen.

 

De pijn blijft, het gemis wordt groter maar het leven gaat door en moet doorgaan. Ik leef met volle teugen en ik zal ervoor zorgen dat zij trots op mij kan zijn. Dikke knipoog naar de hemel.

 

Alle rechten voorbehouden
Geen reacties

Laat een reactie achter