De weg naar het ontdekken van de plek waar ik nooit meer wil komen

De invloed die een omgeving kan hebben zonder dat je hier echt bij stilstaat, totdat...

Het verhaal over een meneer die terugkijkt op zijn jeugd en de fouten die daarbij horen.

 ‘Alcohol dreef ons gezin uit elkaar’

‘In mijn jeugd kwam ik eigenlijk helemaal niks te kort.’ Krijg ik als antwoord op de vraag hoe de jeugd van meneer eigenlijk was geweest. Hij groeide op samen met zijn vader, moeder, zusje en zijn oudere broer in een flat in Amsterdam. De familie was erg gehecht aan elkaar. Hij was een echt moederskindje, net als zijn broer. Er was maandelijks genoeg geld, totdat zijn vader in aanraking kwam met alcohol. Dit zorgde thuis voor veel ruzie, deze ruzies wilde nog wel is uit de hand lopen. Door de harde aanpak van zijn vader in combinatie met de alcohol monde dit uit in mishandeling. Zijn moeder kreeg regelmatig een paar ‘stevige tikken’ zoals meneer het zegt. Dit was dan ook de reden dat zijn moeder in 1984 ging scheiden. Meneer was destijds in de zomervakantie elf jaar geworden.

 

Het leven zonder vader

‘Ik miste mijn vader op het begin enorm, ik kende hem helemaal niet als alcoholist.’ Zijn moeder had enorm veel moeite met het huishouden, de financiën en het leven zonder een man. Zijn broer werd steeds meer een vaderfiguur voor hem. Hij ging na zijn opleiding tot timmerman direct aan de bak. Zijn broer was eigenlijk de enige kostwinnaar in het huis. Zijn moeder was vooral bezig met het verzorgen van de kinderen. Aan de houding van meneer kan ik opmaken dat hij het niet fijn vindt om hieraan terug te denken. Ik durf in het gesprek niet echt dieper door te vragen, dus ik ga maar door met ons gesprek.

 

Het christelijke Huizen

Meneer woonde in Huizen met zijn moeder, zusje en broer waar hij op het Erfgooiers College zat. Op school deed hij hard zijn best. Hij wilde laten zien aan zijn moeder dat hij het kon. Dat lukte meneer ook wel, maar dat ging niet zonder slag of stoot. ‘Huizen is christelijk en netjes of vind jij van niet?’, vroeg hij aan mij. Huizen is inderdaad netjes merkte ik op, maar er lopen tenslotte overal ‘rotte appels’ tussen. Meneer kwam in de vierde klas in aanraking met hasj en wiet. Hij begon te blowen. Eerst was het één keer per week, toen werd het drie keer en voor dat hij het wist blowde hij elke dag. ‘Ik werkte niet, dat wilde mijn moeder niet.’

 

‘Jongen, wat is dit?’

‘Ik begon met het dealen, het begon met wiet en hasj.’ Zei hij tegen me. Naast het blowen dat hij eerst deed is het verkopen en drugs ‘dagelijkse bussiness’ zoals hij het omschrijf. Zijn moeder wist natuurlijk van niets, totdat ze een keer wat in mijn zak vond. ‘Dan gaan bij haar de belletjes ook wel rinkelen hoor’ vervolgende hij. Ik zei altijd dat het niet van was of dat ik het weg zou gooien. Dat deed hij natuurlijk niet. ‘Al mijn vrienden dealde, mijn hele vriendengroep zat in het zelfde schuitje.’ Het was zo moeilijk om uit het circuit te komen dat hij er allemaal verder in werd getrokken. Er kwamen steeds meer grotere bestellingen binnen.

 

Geld in de fruitmand

‘Natuurlijk had mijn omgeving door dat ik meer geld had dan een jaar geleden.’ Hij verdiende veel geld met het dealen en gaf zijn moeder vaak cadeaus. ‘Soms werd me moeder wakker en dan vond ze 500,- euro in de fruitmand.’ Ik was erg benieuwd hoe zijn moeder hier dan op reageerde. Hij vertelde dat zijn moeder het geld hard kon gebruiken en dus nooit vragen stelde. ‘Ze wist wel dat het geld niet eerlijk was, maar zonder dat geld kon ze ons geen eten geven.’ Ik merk dat hij hier wat lacherig over praat. Hij vond het juist leuk om zijn moeder te verwennen. Zoals hij al eerder zei: ‘Ik ben echt een moederskindje.’

 

Boeten voor je zondes

Op zijn twintigste werd hij opgepakt. Hij had een afspraak gemaakt voor een bestelling die vervolgens helemaal uit de hand liep. ‘Ik vertrouwde hem al niet helemaal, maar ik vertrouwde wel meer mensen niet in die tijd.’ Hij kwam op de afgesproken plek, maakte de deal rond en werd nog zittend in de auto door een politie team opgepakt. ‘Ik werd veroordeeld voor twee jaar gevangenis straf, dat is niet niks.’ De politie had hem al maanden nauw in de gaten gehouden en wisten dat het ging om grootschalige handel in verdovende middelen. ‘Ik was nog jong toen in naar binnen ging maar was voor niets en niemand bang, dat heeft mij wel sterk gehouden daar.’ Hij vertelde dat het totaal geen fijne tijd was. Er waren veel intimidaties, gevechten en ook daar werd van alles gedeald. ‘Mijn moeder kwam me wekelijks bezoeken, dat gaf mij de kracht om door te gaan.’

 

Negen maanden, twee weken en negen dagen

Toen hij vrijkwam wist hij één ding zeker: ‘Ik wil hier nooit meer komen!’ Meneer is vervolgens weer terug gegaan naar school. Hij was ook maar eenentwintig jaar dus dat kon makkelijk. ‘Ik wilde een opleiding doen waarbij ik andere mensen kon helpen zodat ze niet dezelfde fout maken als mij.’ De opleiding Maatschappelijk Werk was voor hem een goede optie. De opleiding was bikkelen maar het lukte hem met hard werken. ‘Ik kon moeilijk aan de bak komen door mijn verleden, overal kreeg ik afwijzingen.’ Uiteindelijk vond hij een baan in een jeugdinrichting. Hier ging hij werken met jongeren die voor korte tijd in detentie zaten voor verschillende delicten. ‘Ik werkte als een coach voor de jongens.’ Hij probeerde ze te laten inzien dat de criminaliteit geen oplossing was. ‘Ga naar school, dat is de mooiste manier om succesvol te zijn!’ eindigt hij ons dialoog lachend.

Alle rechten voorbehouden
Geen reacties

Laat een reactie achter