De Schilder

Sociaal verhaal

De Schilder en zijn drang naar vrijheid.

3834967-grunge-paints-and-paint-brush--Stock-Photo

44 Geboren

De schilder begint te praten 'In het laatste jaar van oorlog ben ik geboren. Een geboorte is altijd een fantastisch feit. Ik kan me er niks van herinneren maar het is fantastisch dat ik geboren ben.
Men zegt, en ik geloof dat dat waar is, dat er een kogel door mijn ledikantje is gevlogen terwijl ik erin lag. Van alles wat ik nu vertel kan ik me natuurlijk niets herinneren maar ik kan me wel herinneren dat het mij vertelt is. Mijn vader moest aan het werk voor de Duitsers maar wilde dit niet, dus verstopte hij zich in de dakgoot tussen het mais.
'Ik ben gereformeerd opgevoed, niet te streng. Op zondags mocht ik fietsen maar geen snoep halen. Dat geloof is me toch een raar gedoe! Gelukkig gingen we maar 1 keer naar de kerk in plaats van twee keer op zondag, zoals hoorde, dat geluk hadden wij dan wel. Mijn vader was ook helemaal niet gelovig maar werd dat voor mijn moeder. Ach ja, liefde.'
Dat ik wat groter werd gingen wij rottigheid uithalen. Rottigheid en kattenkwaad. Ik was bepaald geen boekenlezer voor de kachel, ik wilde vrijheid. Dat ik geen boeken las is nu nog steeds een gemis.
Toen ik tien was verhuisde wij vanuit de binnenstad naar de polder. Dat was leuk er stonden allemaal nieuwe huizen met fantastisch uitzicht. Vanuit huis zagen we de boten in het kanaal voorbij gaan, een hele ervaring. Er was veel ruimte om te met vrienden te ravotten. We gingen vissen en zochten kievitseieren die we met een katapult weg konden schieten.

58 De ambachtsschool

In 58 ging de schilder naar de ambachtsschool, dat was een ramp. 'we moesten blokjes staal vijlen. Ze konden daar het heen en weer krijgen de klootzakken. Ik spijbelde veel en als de kermis in de stad was ging ik met vrienden helpen opbouwen. Had ik nog een paar centen ook.'. Ook stopte de schilder te geloven dat was voor zijn ouders in het begin een probleem maar later accepteerde zij het. Wel hadden ze moeite met het gespijbel van de schilder. De schilder beloofde het iedere keer weer beter te doen maar hield dat nooit lang vol. ´Op het einde ben ik van school afgetrapt. Mijn ouders waren boos en teleurgesteld. 'Ze hebben mij nooit geslagen, wel had ik mijn vader nog nooit zo boos gezien.'.
Toen de schilder een jaar of 16 was was het de nozem tijd en de tijd van rock and roll. Elvis Presley en Bill Haley, Rock around the clock. De schilder nam een kuif en omschrijft het als een prachtige tijd. Meisjes, kunst en vrienden die gingen studeren. De schilder kreeg ook zijn eerste echte baan, 'het was een ramp' is hoe hij het lachend omschrijft. 'Ik ben weggelopen en bekijk het maar is wat ik hem vertelde'. Daarna werd de schilder leerling offset fotograaf, het voorbereiden van het afdrukken. 'Was wel leuk maar ook te lang gedaan. Een jaar ofzo, daarna heb ik nog allemaal baantjes gehad, ik weet niets eens meer wat allemaal.'.

64 De kunstacademie

De Schilder begint te vertellen over de kunstacademie. 'het was fantastisch er ging een wereld voor me open. De kunstwereld, vrijheid, het was alleen maar lachen op die school. Het eerste naakt model in Nederland zat bij mij in de klas. Tussen de middag gingen we altijd de stad in met het naaktmodel Phil Bloom, de kleinzoon van een beroemde kunstenaar Hans Citroen en nog een paar jongens. Gingen we lekker eten en drinken. Zuurkool in de Menza en 's avonds naar muziek luisteren in de Skala met the Earings en The Motions, die zaten ook bij mij op school. Het was de popstad van Nederland natuurlijk Den Haag.'.
'Als het tegen het weekend liep gingen we stroopwafels verkopen. Langs de deuren in een aftandse oude bestelbus. Met een man of 6 naar Dordrecht of Rotterdam en op woensdag altijd voetbal. Dan kochten ze een pakken stroopwafels, moest je wel je voet tussen de deur zetten. Hondsbrutaal waren we.'
Het was de vrijheid van de jaren '60, alles kon. 'Het is nu een groot bekrompen zooitje.' zeg de Schilder lachend, 'bij wijze van spreken dan.'.
'De Provo beweging was er dus dan gingen we kijken in Amsterdam. Daar gebeurde het. Het was altijd raak op het Spui. Ik Woonde in Amsterdam maar ging erin en eruit.
' 's Avonds dansen in de Lucky Star tot diep in de nacht. Daar kwamen we figuren tegen als Ramses Shaffy, helemaal dronken en door het lint, op z'n knieën. In Alkmaar leerde ik een van de grootste film producers van Nederland kennen. Hij was hondsbrutaal en nam mij overal mee naartoe.'. De schilder vertelt dit met pretlichtjes in zijn ogen, de pretlichtjes die het hele gesprek lang al branden. Ze gingen naar allemaal toneelstukken in Amsterdam. 'Dat was een belevenis. Hij nam me mee naar Carre. Hij was zo brutaal dat we altijd en overal gratis naar binnen mochten.'. Opgegeven moment kwamen ze ook terecht bij een groot Amerikaans theater gezelschap. Het Living theater 'het was een groot feest, dat en de jazzclubs. De beat muziek was weer een beetje over en de jazz kwam op. 'Ook leerde ik Lotti kennen haar broer was Ger Polak ook een kunstenaar. De jazz werd pop en iedereen zat aan de drank en interessant te doen. Toen heb ik besloten om nooit te gaan werken. Het ging uit met Lotti en toen leerde ik Carla kennen.'.

67 Carla

Alle vrouwen die de schilder leerde kennen leerde hij kennen in de kroeg. Zo ook Carla. 'We kregen verkering, zo noemde je dat toen. We gingen ook trouwen zo hoorde dat.'. In '69 trouwden de Schilder en Carla, samen kochten zij een huis. 'Dat was hartstikke leuk, we gaven allemaal feesten die volledig uit de hand liepen.'.
De Schilder kreeg ook voor het eerst een echte baan. 'Ja, werken bij het Heil Pedagogisch Antroposofisch Instituut in Schoorl. Ik ging solliciteren en wist niet wat antroposofie was, mijn omgeving wist dat ook niet. Dus toen heb ik dat opgezocht, het was de leer van Rudolf Steiner. In die leer kon ik me natuurlijk vinden omdat ik graag aangenomen wilde worden. Toen werd ik arbeidstherapeut. Het was fantastisch, wat heb ik daar veel geleerd. Tenminste geleerd. Geleerd in de zin van wat? Vergaderingen en heel veel wijsheden. Mensenkennis. Wist ik veel allemaal, ik was ook maar een losgeslagen idioot en toen kwam ik ineens in een wereld waar ze echt werkte. Niet 100% maar 200% inzet was wat er van je verwacht werd. Ze hadden daar een pottenbakkerij, had ik ook nog nooit gedaan. Die jongens moesten een bal maken maar ze waren gestoord, wel leuk gestoord, dus maakten ze een vierkant.'.
'Het was een hele leuke tijd. Met Carla ben ik nog naar Dornach geweest.' een plaats in Zwitserland, 'naar het Goetheanum (van de filosoof, een spiritueel antroposofisch centrum), was zeer interessant. Allemaal gezweef natuurlijk, wel interessant maar achteraf denk ik wel wat een ellende allemaal. Ze gingen zwevend de berg op en zwevend de berg af.'.
'Na vijf jaar ben ik met mijn werk gestopt. Ik kreeg gezinsflessen cola naar mijn harses. De meeste werkte er maar een jaar, daarom mocht ik niet weg. Ze vonden het vreselijk, zo erg werd ik gewaardeerd, maar ik had er genoeg van. Ik wilde de kunst in en in plaats van arbeidstherapie wilde ze dat ik nachtdiensten ging draaien. Al met al begon het op werken te lijken, veels te intensief. Ik ging naar de huisarts en die zij dat ik mij dan maar overspannen moest melden. Valium en librium kreeg ik voorgeschreven.'.
'Er kwam een project op mijn pad, Kijken en Zien. Ik heb het een jaar gedaan, het wal heel leuk. Kijken en Zien was een scholenproject voor kunstenaars op basisscholen, ik was daar coördinator. Melde me op het stadhuis en dan ging met een map vol en een agenda langs scholen, om te vragen wanneer ik kunst naar de kinderen kon brengen. En als dan zo'n project afgerond was kwamen de ouders kijken, moest ik het woord doen. Oh oh oh, al die mensen. Sloot je dat af en ging je weer naar een volgende school.'.

74 De beeldende kunstenaarsregeling

'Er kwam een commissie kijken of ik voldeed aan de eisen, of mijn werk goed was. Het was goed. Fantastisch was het. Echt leven als een kunstenaar. Je had vrijheid en kreeg bericht dat je je werk in moest zenden om aangekocht te worden door het rijk. Ik werd altijd aangekocht, dan kreeg je een vreselijk groot bedrag. Daar moest je dan een half jaar mee doen. Materiaalkosten en levensonderhoud was het.

80 De scheiding

'Relaties houden af en toe op. De warmte, naja de liefde was op. Over. Van beide kanten is er dan geen klik. Het sukkelde maar door en dan is het fout dus moet je ermee stoppen. Er waren geen kinderen dus dat maakte het ook makkelijk. Ik had mijn vrijheid terug.
In 1980 kraakten we een atelier, daar heb ik 25 jaar gewoond en gewerkt. Schilderen en genieten.'.

82 Cootje

'ik leerde Coby kennen. Ik was met Johan en we kwamen in een nachtclub. Daar kwamen we Coby en nog wat meiden tegen. Dat was raak in een keer. Ja, fantastisch. Co en ik, altijd lekker uit. Donderdagavond altijd muziek. We waren helemaal gek van dat plaatje 'Woman in love' van Barbara Streisand. Wel duizend keer gehoord. We zijn naar Antwerpen geweest. We hebben de meest leuke dingen gedaan, maar altijd gebrek aan geld. Vooral bij mij want ik heb een gigantisch gat in mijn hand. Wat ik zie wil ik hebben, maar natuurlijk ook verf en materiaal.
Met Co heb ik wat afgereisd met de trein. De bank had toen een fout gemaakt en we hadden een hele hoop geld. Op naar het Kruller Muller museum. We moesten het wel weer terug betalen geloof ik.
Ook met Co naar Darmstadt in Duitsland. Daar heb ik een tentoonstelling gehad in de foyer van het staatstheater. Ik had de mooiste plek en het mooiste werk, goede recensies in de Duitse kranten. Ja, samen met Co. Co was veruit de mooiste, de leukste en de liefste.'.

83 De geboorte van de tweeling

'Matthijs was de eerste, Thomas kwam wat later. Dat was fantastisch, niet te geloven. Ik zie ze nog. Als ik de foto's terug zie lig ik helemaal in een deuk om die twee.'.
Dat was ook de tijd dat de schilder en Co uit elkaar gingen. 'Het was mijn schuld, ik had dat atelier en daar wilde ik naar toe. Het was de drang om alleen te zijn, het was me te veel. Ik wilde rommelen en schilderen. Mijn vrijheid. Ik weet het niet eens meer. Hoe strand een relatie? Als er woorden komen is het beter om uit elkaar te gaan. Zo gaat het in relaties. Soms stopt dat. Uiteindelijk stranden ze allemaal. Ik ken er maar een paar die bij elkaar blijven. Ik spreek dat niet goed, die ellende, maar zo is het wel. Het ging om een vrouw van wie ik houd. De jongens hebben ook een moeilijke start gehad met hun vroeg geboorte. Het was heftig.'.

84 Greetje

'Daarna kwam Greetje, daar heb ik nog twee maanden mee samengewoond. Die hield van me, die houdt van me. Maar ja, ik niet van haar, al is het wel een lieve vrouw. Het is de vrijheid. Ik kan me niet binden. Het gaat gewoon niet.'.
'Ik weet het niet. Ik kan het niet goed onder woorden brengen. Kijk Roland Holst zei 'ik wens mijn dag alleen te beginnen en alleen te eindigen.' zo is dat nou. Ik doe een vrouw verdriet. Ik kan haar verwachtingen en verlangens niet waar maken. Ik kan dat niet en ik wil ze ook niet kwetsen, dus het is maar beter dat ik alleen ben. Daar kan ik heel goed tegen. Ik heb nog steeds heel veel vriendinnen maar geen toestanden, geen gelul.'.

85 Ada

'Dat ging uit en dat ging aan. We hadden nooit met elkaar gewoond. We hadden een latrelatie, weet ik veel. Hoogtepunten en diepe dalen, gezeur aan mijn harses. Gewoon leuke dingen en veel gedaan met Thomas en Matthijs.'.
'Een vriendin van Ada had een huisje in Zeeland, midden in de duinen. Het was fantastisch. Prachtig mooi, gelachen, leuke dingen gedaan. Bij Domburg in de buurt, waar Mondriaan nog geschilderd heeft. Was ik trouwens ook met Co geweest.'
'De jongens kwamen naar mij toe in het atelier, werden ze afgezet. Ze hebben honderden schilderijen gemaakt bij. Het was fantastisch

86 Vader overleden

'Die man lag in een keer. Hij had zijn auto weg gebracht naar de garage. Het was februari en heel erg koud. Hij kwam terug, ging op de bank zitten en was dood. Met de verpleegster heb ik hem nog verplaatst en neergelegd. Het was een hele lieve man. Hij had heel goed mijn moeder verzorgd. Echt een hele lieve man.' De schilder kijkt afwezig uit het raam. Je kan zien dat herinnering nog levend is. 'Ik zie hem nog lopen in zijn suède leren jasje, hoedje op.'

87 De stop van de beeldende kunstenaarsregeling

'Het geld stopte en ik had geen materialen meer om te schilderen. Ik kreeg een uitkering, toen ben ik van dat geld maar blijven schilder. Daar boven op had ik de mazzel dat ik goed verkocht, wel voor honderdduizend verkocht. Maar het geld ging op. Alleen maar aan materialen. Ook aan de kroeg, drank en roken. Alles ging op. Voor iedereen geldt dat, hoeveel je ook hebt het gaat op. Geld, geld altijd te kort. Wel een gelukkig leven.'.

99 Broer overleden

'Ik schrok heel erg. Het was onverwachts. Bert stond aan de deur. Hij belde. Geert was gevallen. Hij had al een pacemaker. Hij was gevallen in de badkamer. Dood. Ik heb niet zo heftig ervaren. Hij was er niet meer. Het was een hele goede broer. Een hele lieve man. Bezeten van zijn werk. Een boomkwekerij, echt bezeten. En toen was hij weg.'.

2000 Moeder overleden

'Ook een klap . Heb je ze allebei niet meer, dat is raar hoor. Ja dat is raar. Iedere week even naar je moeder toe was in een keer over. Ze was negentig geworden en wilde naar mijn vader toe. Ze stopte met eten. Ja dan is het gauw gebeurd.'.

2004 Heup gebroken

'In 2004 brak ik mijn heup toen ook meteen maar gestopt met drinken. Ook voor mijn jongens natuurlijk. Ik moest stoppen met drinken. Ik had het hartstikke leuk gehad en ook helemaal geen spijt, maar het moest wel stoppen. Alles gaat naar de klote met drank. Altijd in de kroeg gedronken. Je zit daar en je vrienden komen binnen. Nooit alleen thuis. En daarna weer lekker aan het werk.'.

2005 Tentoonstellingen

'Vanaf 2005 heb ik zo een beetje ieder jaar een tentoonstelling gehad. Dat is leuk. Toen heb ik eigenlijk goed pas het mijn draai gevonden in het schilderen. Nadat ongeluk werd ik wakker. Ik ben een dromer.'.

2015 Heden

'Het gaat allemaal fantastisch, over 2 maanden 71. het loopt ten einde maar ik blijf schilderen. De meeste collega's van mijn leeftijd zijn gestopt of dood. Als ik niet zou schilderen zou ik het niet weten. Dan had ik misschien gewerkt in de gezondheidszorg. Als ik geen schilder was geworden had ik nog wel een droom gehad. Dan was ik cellist geworden. In een orkest . In het concert gebouw orkest. Ik ben gek van cello muziek. Als ik dood ben ik wil ik dat op de begrafenis. Bach.
Met plezier kijk ik terug. Toch wel. Als ik het over mocht doe zou ik het weer zo doen. Met Coby heb ik een fantastische verstandshouding. Dat had misschien beter gekund of niet, allemaal relaties die over en uit gaan dat is de maatschappij. Maar het vreselijkste wat er is is met ellende bij elkaar blijven. Het is nu fantastisch. Ik heb geen spijt van niets. Ik heb een mooi leven gehad. Het is niet over want ik ben er nog steeds. Misschien word ik morgen dood gereden maar nu ben ik gezond. Geen medicijnen niks, maar wel pijn in de portemonnee.'.

Alle rechten voorbehouden
Geen reacties

Laat een reactie achter