Ali, de Expat

Ali & Aïcha

10690254_10206555976036696_7959165027423338816_n

Aïcha & Ali

Alle rechten voorbehouden

In het jaar 1938 werd er in een klein plaatsje in het zuiden van Marokko, Goulmima, een jongetje geboren. Dit was de eerste zoon in het gezin, Vader Mohammed was erg trots op de geboorte van zijn zoon. Een zoon, betekende immers rijkdom en status en zou de familienaam overdragen aan een nieuwe generatie. Mohammed noemde zijn zoon Ali.
Ali groeide op in een liefdevolle gezin en had een onbezorgde jeugd. Toen hij 6 jaar was, overleed zijn moeder, hier volgde veel verdriet op binnen het gezin. Zijn vader hertrouwde na de rouwperiode, en uit dat huwelijk volgden er meerdere kinderen. In zijn totaliteit, telde het gezin van Mohammed 19 kinderen, maar zijn lievelingszoon was Ali. Ali was het verstandigste van het gezin, daarom vroeg Mohammed altijd naar de mening van zijn zoon. Ook droeg Ali financieel een steentje bij. Mohammed trok hem daarom ook weleens openlijk voor. Zo kwam het regelmatig voor dat Ali het grootste stuk vlees kreeg, tijdens het eten.
Op 25 jarige leeftijd, werd Ali verliefd op Aïcha, en ze trouwden. Het kersverse bruidspaar trok bij vader Mohammed in. Wat in die tijd en cultuur meer dan normaal was. De zonen trokken vaak bij hun ouders in met hun vrouwen. Zo woonde er in dat huis meerdere broers met hun vrouwen en kinderen. Na een korte tijd, was ook Aïcha in blijde verwachting. Het was een zoon en hij kreeg de naam van zijn grootvader, Mohammed. Kort hierna was Aïcha weer in verwachting, ditmaal van een meisje, die de naam Fatima kreeg.
Na een aantal jaar verhuisde het jonge gezinnetje naar een eigen woning. Daar kregen ze nog 2 dochters.
Kort hierop vertrok Ali uit Marokko, zijn vrouw en kinderen achterlatend, voor werk naar het onbekende Europa. Frankrijk was zijn eerste bestemming, hier werkte hij kort in een aantal verschillende fabrieken. Hierna vertrok hij naar België en uiteindelijk naar Nederland wat meteen ook zijn eindbestemming werd.
Ali begon als mijnwerker in Limburg. Na een tijd goed gespaard te hebben ging hij naar Marokko om zijn vrouw en kinderen te zien. Bepakt en bezakt met cadeautjes voor iedereen, kwam hij aan in Goulmima. Ali was ontzettend blij om zijn vrouw, kinderen en de rest van de familie te zien. Hij was verrast om te zien hoe groot de kinderen waren geworden. Ali besefte toen pas hoe erg hij ze had gemist en was ontroerd om te zien hoe blij iedereen was om hem te zien.
Hij besloot tijdens zijn verblijf in Marokko om het gezin te verhuizen naar een mooiere en grotere woning. Zo verhuisde het gezin van het dorpje Goulmima naar de stad Meknes. Dit was een grote overgang voor het gezin, voornamelijk voor Aïcha. Haar vertrouwde omgeving van familie, vrienden en kennissen achterlatend, en in een grote onbekende stad zonder haar man, moest zichzelf oppeens zien te redden. Ook sprak ze alleen maar berbers wat ze in Meknes niet spraken. Arabisch was daar de voertaal en dat kon Aïcha niet. Ali stelde haar regelmatig gerust, hij vertelde haar dat hij snel weer terug zou komen, dat ze sabr (geduld) moest hebben en dat alles goed zou komen In sha Allah (met Gods wil).
Met deze gedachte vertrok Ali weer naar Nederland en verruilde zijn zware baan als mijnwerker in, voor een baan binnen de facilitaire dienst in een ziekenhuis in Leiden. Hier kreeg hij veel waardering voor zijn persoonlijkheid en de werk die hij leverde. Op den duur werd zijn inzet en harde werken beloont en werd hij voorman van de facilitaire dienst. Ali was erg blij met deze aanstelling en voelde zich geliefd, gerespecteerd en gezien.
In de tussentijd ging Ali regelmatig naar Marokko, om bij zijn gezin te zijn. In die periode zijn er ook nog 2 zonen en 2 dochters geboren.
Vanaf 1975 vond er veel gezinsherenigingen plaats. Ali miste zijn gezin en besloot ook om zijn gezin over te laten komen. Het verblijf in Nederland zou immers voor even zijn, hij zou werken en sparen en dan zouden ze met z’n allen weer terug gaan.
Hij was gewend in Nederland maar had veel heimwee naar Marokko. Aïcha kwam eerst met dochter Nora aan in Nederland. Haar andere kinderen had ze ondergebracht bij familie in Marokko. Na een korte tijd kwamen ook de drie jongste kinderen aan in Nederland. De 4 oudste kinderen waren net te oud om naar Nederland te komen. Ze vielen niet onder de gezinsherenigingwet, wat destijds inhield dat kinderen tot 16 jaar over mochten komen.
Dit was een dieptepunt voor het gezin, maar met de gedachte dat het van tijdelijke duur zou zijn en de tussentijdse bezoeken naar Marokko, ging het gezin in Leiden verder.
In de jaren die daarop volgden, trouwden de oudste 4 kinderen in Marokko. De oudste zoon Mohammed werd leerkracht Engels op een Universiteit in Meknes, Zus Fatima huwde en vertrok met haar partner naar Spanje. Naima en Saaidia huwden ook beiden en vertrokken naar Duitsland & Amerika.
In het gezin van Ali en Aïcha werden er onbewust toekomst plannen gemaakt met het oog op Nederland. Zo ontstond er steeds meer het besef, dat het leven in Nederland niet voor even zou zijn.
Dit besef werd nog sterker met de geboorte van een tweeling in het jaar 1990. De nakomelingen, zorgden voor een realiteitsbesef binnen het gezin, dat Nederland nu ook hun land is geworden.
Ali is inmiddels met pensioen, hij woont nog steeds in Leiden maar is eigenlijk met zijn hart, ziel en gedachten in Marokko. Hij vliegt meerdere keren per jaar voor langere tijd met zijn vrouw Aïcha, met wie hij nog steeds gelukkig getrouwd is, naar Marokko. Ooit hoopt hij definitief terug te keren. Dit zal gebeuren als zijn jongste, de tweeling getrouwd en het huis uit zijn. Nu geniet hij met veel liefde van zijn vele kinderen en 19 kleinkinderen.

Alle rechten voorbehouden
Geen reacties

Laat een reactie achter